nov week 1

Wagen vol met cempasúchil, goudsbloem en de roze flor de terciopelo waarmee alle graven en altaren versierd worden. Met de blaadjes van de goudsbloem strooi je een pad van de voordeur naar de ofrenda om de overledenen de weg te wijzen.
Suikerschedels

Dias de Muertos

Dit is nu de tweede keer dat ik deze paar dagen meemaak, die in Nederland als Allerzielen gevierd worden. Afgelopen week was ik op kraambezoek bij een familielid van de geliefde. Naast de vele spulletjes in huis hing er klassiek een portret van Jezus en zijn apostelen, en er was een altaar voor de Maagd van Guadalupe. Iets wat in de meeste traditionele huizen in Mexico aanwezig is. Tijdens dit bezoek werd mij gevraagd of ik in God geloofde en in Días de Muertos. Tja, dat lijkt een simpele vraag, maar dat is het natuurlijk niet, dus ik antwoordde dat ik eerst moest weten wat er bedoeld werd met ‘geloven’. Waarop ik meteen de reactie kreeg: “Ah, die gelooft dus niet.”

Daarna legde ik uit dat Día de Muertos in Nederland niet gevierd wordt en dat de meeste mensen eigenlijk niet eens van het bestaan afweten. Daar moest men even over nadenken. De vraag of ik echt geloof dat de doden tijdens deze dagen op bezoek komen om het eten te nuttigen dat voor hen is klaargezet op de ofrendas… Ik geloof het waarschijnlijk niet zoals een Mexicaan die van kinds af aan met deze traditie opgroeit. Wel moet ik bekennen dat het persoonlijker is geworden dit tweede jaar. Je bouwt toch een hele sfeer op door een offertafel te maken, te bedenken wat de overledenen graag zouden willen eten en drinken, misschien een biertje of een sigaretje erbij? Met mirre of copal rook je het huis en het altaar uit om alle energie te zuiveren. En dan branden er een paar dagen lang kaarsen op die tafel, bij de foto’s en alle offers.

Terwijl ik dit schrijf, zit ik overigens tegenover de ofrenda op de bank. Buiten is het donker; alleen het licht van de flikkerende kaarsen omringt me. Buiten hoor ik geluiden die ik anders niet hoor. Wat zou het zijn? De geliefde zegt dat het de overledenen zijn en dat ik niet bang hoef te zijn. Het is normaal rond deze dagen, dat je schimmen ziet, dat de honden meer blaffen en dat je bijzonder droomt.

Het is trouwens ook Halloween, een feest waar ze hier ook dol op zijn. Alles is versierd in een mix van Día de Muertos en Halloween. Net als in Nederland gaan de kinderen hier langs de deuren voor snoep, alleen niet op 11 november, maar tijdens Halloween op 1 november. Ze hoeven geen liedje te zingen, maar zijn wel verkleed. Allemaal met een plastic lampion in de vorm van een pompoen, zombiehoofd of duivel. Ook in Mexico heeft China tegenwoordig een grote invloed. Wat twintig jaar geleden nog van natuurlijke materialen werd gemaakt, is nu grotendeels vervangen door plastic uit China.

Ofrenda in huis met de offers en kaarsen aan gestoken.

Pantheon

In mijn gedachte wilde ik tijdens Día de Muertos naar een pantheon (begraafplaats) in een wat ruiger deel van Mexico-Stad: Iztapalapa, niet de meest veilige plek om te zijn. Vanuit de auto had ik deze enorme begraafplaats al een paar keer gezien. Omheind door hoge, beschilderde muren en een groot hek trok het mijn aandacht. Maar goed, wat had ik daar te zoeken? En de geliefde is niet per se fan van begraafplaatsen; zou ik dan alleen gaan? Het bleef als een soort plan in mijn hoofd rondzweven om dat kerkhof te bezoeken tijdens Día de Muertos, zonder dat ik het idee had dat het werkelijkheid zou worden.

Vorig jaar gingen we naar Mixquic, een magisch dorpje dat bekendstaat om zijn Día de Muertos-sfeer. En magisch was het zeker: de geur van wierook, duizenden kaarsen, mensen op het kerkhof, en alle marktkraampjes, kunstobjecten en voorstellingen eromheen gaven een bijzondere sfeer.

Maar goed, dit jaar geen plannen. Op een ochtend hoorde ik gezaag, en de zus van de geliefde bleek met een projectje bezig te zijn. Ik mocht niet kijken; het was geheim, haha. Aan het eind van de dag had ze een kruis gemaakt en beschilderd met de naam van een persoon: het was voor de abortus die ze afgelopen jaar had ondergaan, iets waar ze het erg moeilijk mee had. De nacht ervoor had ze wat melk en een takje lavendel op de Día de Muertos-ofrenda gelegd, en natuurlijk een brandende kaars. De tijd dat de overledenen hebben om op bezoek te komen, stopt wanneer de kaars uitgaat.

De volgende dag wilde ze dat kruis neerzetten op de plek waar ze het begraven had, boven op een berg. Ze wilde eerst alleen gaan, maar ik zei: “Nou, dat kan echt niet hoor.” Dus mijn geliefde en ik zouden meegaan. De volgende ochtend gingen we eerst een tamale eten, dit keer gewikkeld in een bananenblad, waarna we naar de plek zouden rijden. Wat bleek? Die plek boven op de berg bleek de begraafplaats te zijn waar ik heen wilde. Is dat niet een grappige toevalligheid? Of bestaat toeval niet? 😉

De begraafplaats was inderdaad enorm. Er reed zelfs een bus. Tussen de stroom van mensen liepen we daar. Alle graven waren versierd met rode en oranje bloemen. Wij moesten helemaal boven op de berg zijn, best een klim in de hete zon, maar wel omringd door al die graven, waar mensen op zaten of bezig waren met schoonmaken en versieren. De sfeer deed een beetje aan picknicken denken: je neemt wat eten en drinken mee en zit gezellig in een park, met muziek erbij. Op een plek zonder graven kwamen we bij de plek waar ze het kruis wilde neerzetten. Ik denk niet dat dit helemaal een legaal graf was, maar daar vroeg ik verder niet naar. Vanaf de berg keken we zo uit over het hele pantheon, met al die gekleurde graven waar mensen omheen zaten. Moet je je voorstellen hoe dat er in de nacht uit zou zien. Dit was wel een “echte” ervaring die mij liet zien hoe de mensen dia de muertos vieren. Veel foto’s heb ik niet gemaakt want dat vergeet ik altijd een beetje als iets “echt” is.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *